Rechtsbescherming onder de Tijdelijke Wet Groningen

Op 5 juli 2019 is het wetsvoorstel Tijdelijke Wet Groningen naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit wetsvoorstel wordt bepaald hoe de schadevergoedingsprocedures naar aanleiding van mijnbouwschade in de provincie Groningen gaat worden afgehandeld.

 Instituut Mijnbouwschade Groningen

De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) wordt vervangen door het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Dit Instituut zal zorg dragen voor de publiekrechtelijke afhandeling van mijnbouwschade ten gevolge van gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag te Norg.

Het verschil tussen de TCMG en het Instituut ligt voornamelijk in de invoeringswijze en gevolgen daarvan. De TCMG is ingevoerd bij ministeriële regeling en kent daardoor minder flexibiliteit. Het Instituut wordt ingevoerd bij wet en dat betekent dat er meer maatwerk geleverd kan worden. Zo wijkt de schadevergoedingsregeling onder het Instituut af van het gebruikelijke schadevergoedingsrecht omdat artikel 6:178, aanhef en onderdeel c Burgerlijk Wetboek buiten werking wordt gesteld. In dit artikel staat dat een partij niet schadeplichtig is als de schade voortvloeit uit het voldoen aan een ambtelijk bevel of een wettelijk voorschrift. Met de wijziging van de Mijnbouwwet en de Gaswet is winning van de NAM uitvoering van de door de minister vastgestelde operationele strategie en daarmee voldoening aan een ambtelijk bevel en, vanwege de regels in de Mijnbouwwet, aan een wettelijk voorschrift. In de Tijdelijke Wet Groningen is deze regel buiten werking geplaatst. Dit maakt dat, anders dan verwacht, de privaatrechtelijke route niet dicht gaat.

De procedure bij zowel de TCMG als het Instituut is een bestuursrechtelijke procedure. De schademelding geldt als een aanvraag tot het nemen van een besluit. Dit besluit, waarin schadevergoeding wordt toe- of afgewezen, staat open voor bestuursrechtelijke rechtsbescherming. Dat is in eerste instantie een bezwaarprocedure, waarbij het Instituut het besluit volledig moet heroverwegen. Het Instituut neemt dan een besluit op bezwaar. Is dit niet het gewenste besluit, dan staat beroep open bij de bestuursrechter en uiteindelijk hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De precieze invulling van de werkwijze is nog onduidelijk aangezien de werkwijze nog niet is opgesteld. 

Privaatrechtelijke schadeafhandeling

Wat betekent de oprichting van het Instituut voor privaatrechtelijk verhaal van mijnbouwschade? Zoals eerder genoemd is deze route niet afgesloten. De mogelijkheid om via de civiele rechter schadevergoeding te vorderen van de NAM. NAM en de gedupeerde leggen de zaak dan voor aan de rechter, die een oordeel zal vellen. Wanneer dit oordeel niet naar wens van één der partijen is kan er hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof. Is de uitspraak daarna nog niet naar wens, dan kan onder omstandigheden in cassatie gegaan worden bij de Hoge Raad.

Keuzevrijheid

Gedupeerden zijn vrij te kiezen voor de publiekrechtelijke weg via het Instituut of voor de privaatrechtelijke weg. Bij deze keuze dient wel in het achterhoofd te worden gehouden dat een keuze niet meer terug te draaien is en dat tussentijds overstappen tussen de privaatrechtelijke route en de publiekrechtelijke route niet is toegestaan, evenals het achter elkaar doorlopen van beide procedures voor dezelfde schade. Per zaak zal moeten worden bepaald wat de meest gepaste procedure is. Het verdient aanbeveling hierover te overleggen met een schade-expert.