dorp 01 verloopOnderstaand de brief die onlangs naar mevrouw van Engelshoven, minister van OCW,  is gestuurd. Hierin uiten wij onze zorgen over de schaal waarop en de snelheid waarmee de sloop van het erfgoed in onze provincie wordt bedreigd. Wij zijn van mening dat dit moet veranderen: zorgvuldiger en geen 150% criterium.  

 

 

 

Hare Excellentie mevrouw I.K. van Engelshoven
Postbus 16375
2500 BJ Den Haag

 

Groningen, 3 maart 2018

 

Betreft: bescherming gebouwde erfgoed in het aardbevingsgebied

 

Hooggeachte mevrouw van Engelshoven,

Zoals u wellicht weet is de Vereniging Groninger Monument Eigenaren een belangen-vereniging van eigenaren van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden in het aardbevingsgebied. Door ons te verenigen maken wij ons samen sterk voor toereikende oplossingen en meer inspraak. De eigenaren zullen weer in hun kracht gezet moeten worden: een voorwaarde voor het behoud van het gebouwde erfgoed in haar huidige vorm en omvang. Eigenaren van het gebouwde erfgoed kennen een eigen problematiek binnen het aardbevingsdossier: deels vanwege de wet- en regelgeving, maar ook vanwege de complexiteit van de gebouwen. Daarnaast worden deze eigenaren gekenmerkt door de liefde en toewijding die ze toedragen aan het Gronings gebouwde erfgoed in de meest brede zin van het woord. Wij zien het als onze missie de bedreiging, het verval, de verminking en vooral de sloop van ons bouwkundig erfgoed te voorkomen én te stoppen. 

De oprichting vond plaats op 21 april vorig jaar, vanuit de ervaring dat de eigenaren een ongelijke strijd voeren tegen de, in juridische en technologische zin, goed geëquipeerde instanties die belast zijn met schadeherstel, schadepreventie en compensatie van waardedaling. Het is inmiddels verworden tot één groot bureaucratisch moeras. Willen de eigenaren het proces van de schade afhandeling en de schadepreventie verbeterd zien, dan moeten ze zich organiseren. Dat is de enige manier om tegengas te geven aan al die partijen die inmiddels belast zijn met het oplossen van de aardbevingsproblematiek. Eigenaren willen niet langer dat er óver hen beslist wordt, maar mét hen. Zij willen dat de willekeur verdwijnt, de zorgvuldigheid terugkeert én dat de geboden oplossingen werkelijk toereikend zijn. Per slot van rekening gaat het om hún eigendom, hún veiligheid en hún welzijn. Dat mag nooit uit het oog verloren worden.

De huidige aanpak, die zich vooral kenmerkt door een technocratische, juridische én bureaucratische insteek dient te worden bijgesteld richting een meer praktische en pragmatische benadering waarin de menselijke maat weer terugkeert. Om niet te verzanden in het huidige moeras aan procedures en regels heb je als individuele eigenaar al snel dure advocaten en bouwkundigen nodig om beslissingen aan te vechten en contra-expertises uit te (laten) voeren. Dit alles is niet nodig. We zitten nu overduidelijk in een conflictmodel, maar we moeten gezamenlijk weer naar een oplossingsmodel. Basis voor een oplossingsmodel is vertrouwen en wederzijds respect. Het vertrouwen van de eigenaar in de overheid dient weer te worden hersteld. Ook dat is een belangrijke opgave die wij ons zelf gesteld hebben.

De afgelopen weken is het bestuur van de Vereniging Groninger Monument Eigenaren nogmaals geconfronteerd met ontwikkelingen die ons grote zorgen baren als het gaat om het behoud van het gebouwde erfgoed in het aardbevingsgebied. Recentelijk hebben zich een aantal situaties voorgedaan waaruit blijkt dat ons waardevolle erfgoed in ernstige mate bedreigd wordt door sloop. De schaal waarop en de snelheid waarmee verdient absoluut de aandacht.

Wij realiseren ons dat het normaal is dat een gebied aan verandering onderhevig is: dit geeft een bepaalde dynamiek die maatschappelijk ook geaccepteerd is. Dat heeft tot gevolg dat incidenteel delen van ons erfgoed verloren gaan of juist weer in ere worden hersteld. Wat ons echter grote zorgen baart is het verdwijnen van delen van ons erfgoed in een aanzienlijk hoger tempo dan vóór de aardbevingsproblematiek aan de orde was. En, minstens zo erg, dat té vaak en té gemakkelijk het argument wordt gebruikt dat versterken te duur zou zijn. De schaal waarop en de snelheid waarmee dit momenteel in gang gezet wordt, is voor ons als vereniging onacceptabel.

De ontwikkelingen van de afgelopen tijd hebben twee dingen duidelijk gemaakt:
gebleken is dat de procedure voor het toekennen van een status als monument, beeldbepalend of karakteristiek mogelijk onderhavig is aan persoonlijke en/of commerciële belangen. Het proces van toekennen van een status is onvoldoende transparant en kan in enkele gevallen ronduit dubieus genoemd worden. Het slopen van panden die geen enkele status hebben kunnen, onder het mom dat versterken te duur is, vrij eenvoudig gesloopt worden omdat er alleen een meldingsplicht is;
panden die een status van beeldbepalend of karakteristiek pand hebben gekregen zijn nog steeds vogelvrij. Toepassen van oneigenlijke argumenten kunnen ertoe leiden dat deze alsnog voor sloop in aanmerking komen. Weliswaar moet een sloopvergunning afgegeven worden, maar dat is slechts een procedure.

Wat betreft het eerste punt, realiseren wij ons dat het toekennen van een status primair de verantwoordelijkheid van een gemeente is en dat er bepaalde regels zijn waar een gemeente zich aan moet houden. De overheid en de provincie kunnen hierop geen invloed uitoefenen. Hooguit dat zij de gemeenten ter verantwoording kunnen roepen over het gevoerde beleid als het gaat om het culturele erfgoed. Maar dit kan te laat zijn: zeker als we kijken naar het tempo waarmee onze dorpen worden aangepakt in de versterkingoperaties.
Het is belangrijk dat panden die, door de bewoners gezien worden als onderdeel van het culturele erfgoed, de status krijgen die ze verdienen. Het is een aantal keren gebleken dat er maatschappelijke onrust ontstaat als een gemeente hier te gemakkelijk over gaat oordelen of andere belangen laat prevaleren. Als hier niet zorgvuldiger mee wordt omgegaan, hebben wij het sterke vermoeden dat deze onrust zal toenemen doordat grote delen van ons erfgoed gesloopt gaan worden. Groningers zijn trots op hun provincie en hun erfgoed dat van grote cultuurhistorische waarde is en in belangrijke mate bepalend is voor het karakter van de provincie.
Wij zijn dan ook van mening dat er maatregelen genomen moeten worden die gemeente-overschrijdend zijn en waarmee het, juist in dit gebied, waardevolle culturele erfgoed goed benoemd wordt. Hoewel er een Erfgoedprogramma 2017-2021 is opgesteld namens een aantal belangrijke stakeholders, waaronder de gemeenten, biedt dit document bij lange na niet de noodzakelijke garanties die nodig zijn voor het behoud van ons erfgoed. Ook de Omgevingswet gaat hierin niet ver genoeg.
Het erfgoed is maatschappelijk eigendom en kent, zeker als het gaat om de ruimtelijke samenhang, geen gemeentegrenzen.
Wetende dat het niet tot de bevoegdheden van de minister behoort om een status toe te kennen of zich hier in te mengen, willen wij u toch laten delen in de grote zorg die wij hierover hebben.

Wat betreft het tweede punt: op dit moment hebben rijks- en gemeentemonumenten voldoende bescherming tegen ongewenste sloop door de voorgenomen versterking-operaties in het aardbevingsgebied. Dit geldt echter niet voor de beeldbepalende en karakteristieke panden in dit gebied. De Nationaal Coordinator Groningen hanteert momenteel een criterium van 150% van de herbouwwaarde om te bepalen of er versterkt of gesloopt gaat worden. Dit kan tot gevolg hebben dat grote delen van ons erfgoed alsnog gesloopt gaan worden. Simpelweg omdat de kosten van de schadepreventie (versterking) en/of schadeherstel boven deze norm uitkomt.
De Vereniging Groninger Monument Eigenaren wil, speciaal voor het aardbevingsgebied, een Status Aparte voor deze beeldbepalende en karakteristieke panden. Dit houdt in dat de koppeling van dit deel van het erfgoed aan eerdergenoemd criterium moet worden losgelaten. Door het loslaten van dit criterium wordt verdere invulling gegeven aan de overgenomen motie (nummer 416, 16 januari 2018) van onze kamerleden Carla Dik-Faber en Henk Nijboer over het erfgoed.

Gezien het bovenstaande vinden wij het van groot belang dat er tegengas gegeven wordt aan het Ministerie van EZK als het gaat om het behoud van ons culturele erfgoed en zouden wij het bijzonder op prijs stellen dat u er bij het Ministerie van EZK op aandringt dat zij het 150% criterium loskoppelt van het gebouwde erfgoed én het behoud van het culturele erfgoed hoog op de agenda plaatst. Sloop is namelijk geen optie en economisch gewin mag, als het om ons waardevolle erfgoed gaat, nooit de boventoon voeren.

Wij willen u er nadrukkelijk op wijzen dat het niet het doel van de vereniging is om van de provincie Groningen een openluchtmuseum te maken. Ook in de nabije toekomst zullen er omstandigheden zijn die er toe leiden dat delen van ons erfgoed aangepast of wellicht gesloopt moeten gaan worden. Uiteraard heeft de eigenaar-bewoner hierover het laatste woord. Maar op de schaal en de snelheid waarmee er nu gesloopt dreigt te worden, zal een halt moeten worden toegeroepen. Hiervoor doen wij een beroep op u om ons daarin te steunen.

Wij vertrouwen er op u met bovenstaande voldoende geïnformeerd te hebben en gaan graag in gesprek met u over de twee eerdergenoemde punten.

Namens de leden en het bestuur van de Vereniging Groninger Monument Eigenaren,

met vriendelijke groet,

 

 

ir. Derk K. Kremer (voorzitter VGME)