Sloop is geen optie ...

pm detail 5Is er sprake van alleen beperkt schadeherstel of is er sprake van uitgebreid schadeherstel al of niet in combinatie met schadepreventie of restauratiewerkzaamheden. In het eerste geval zal er veelal geen sprake zijn van een omgevingsvergunning voor het gebouwde erfgoed. 

In het laatste geval is er wel degelijk sprake van een omgevingsvergunning. In ieder geval voor eigenaren van rijks- en gemeentemonumenten. Onduidelijk is in hoeverre dit ook voor karakterstieke- en beeldbepalende panden geldt. Enkele highlights volgen hieronder. Verder wordt verwezen naar de speciala brochure van RCE.

Wie beslist op de aanvraag?

In bijna alle gevallen treedt de gemeente, of beter gezegd het college van burgemeester en wethouders (B&W), op als het bevoegd gezag. Zij beslist op een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Er zijn uitzonderingen. Bij bijvoorbeeld risicovolle projecten of ontwikkelingen met een gemeenteoverstijgend belang kunnen ook Gedeputeerde Staten van de provincie of een minister het bevoegd gezag zijn. De gemeente informeert de aanvrager hierover zodra zij de vergunningaanvraag binnen krijgt en stuurt de aanvraag door.

Wie adviseert de gemeente bij de aanvraag?

Bij een aantal ingrepen aan een rijksmonument is de gemeente verplicht om advies in te winnen.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed adviseert namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij activiteiten die ingrijpende gevolgen (kunnen) hebben voor de monumentale waarden. Het gaat dan om:

  • sloop van het monument of een deel daarvan voor zover van ingrijpende aard;

  • ingrijpende wijziging van het monument of een belangrijk deel daar­ van, voor zover de gevolgen voor de monumentale waarde ver­ gelijkbaar zijn met die van gedeeltelijke sloop van ingrijpende aard;

  • reconstructie van het rijksmonument of een belangrijk deel daarvan, waarbij het monument wordt teruggebracht in een (veronderstelde) eerdere staat; of

  • wijziging van het monument of een belangrijk deel daarvan als gevolg van een functiewijziging.

Meer uitgewerkte voorbeelden zijn te vinden in het dossier omgevingsvergunning op de website van de Rijksdienst
Bij deze ingrepen geldt de uitgebreide voorbereidingsprocedure van 26 weken. (formeel 6 maanden: art. 3.10 lid 1 onder d Wabo en art. 3:18 lid 1 Awb).
Verder adviseert/adviseren:

  • de gemeentelijke monumentencommissie bij alle vergunning­ plichtige ingrepen (art. 15 Monumentenwet 1988);

  • Gedeputeerde Staten bij vergunningplichtige ingrepen als het monument buiten de bebouwde kom ligt en ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om advies moet worden gevraagd

Hoeft alleen de gemeentelijke monumentencommissie te advise­ ren, dan geldt de reguliere voorbereidingsprocedure van 8 weken.

Voor welke activiteiten is een omgevingsvergunning voor rijksmonumenten nodig?
  • gehele of gedeeltelijke sloop;

  • verstoring (vooral aan de orde bij archeologische waarden in de ondergrond);

  • verplaatsing;

  • wijziging (zoals restauratie waarbij materiaal vervangen wordt en

    reconstructie);

  • het monument in gevaar brengend of ontsierend herstel of gebruik van een gebouwd rijksmonument is een vergunning nodig (art. 2.1 lid 1 onder f van de Wabo)

Wanneer is een omgevingsvergunning niet nodig? Bij gewoon onderhoud aan een gebouwd rijksmonument, zoals
  • opschuren en schilderen in dezelfde kleur;

  • vervangen van kapotte ruiten door hetzelfde type glas;

  • opstoppen van rieten daken;

  • vervangen van enkele dakpannen door pannen van hetzelfde

    type;

  • bij bepaalde wijzigingen van onderdelen in het interieur die geen

    betrekking hebben op de monumentale waarde, het casco of de constructie.

Dit onderdeel zal tijdens de pilot uitgebreid aan de orde komen.

Instructies invullen formulier
 uw naam  
 emailadres  
 titel  
 categorie  
 afbeelding  
 omschrijving  
 taal  
 bouwjaar  
 gebruik/type  
 locatiegegeven  
 straat  
 postcode  
 plaats  
 land  
 marker  
 kaart  
 latitude  
 longitude  
 captcha  
Spelregels voor het voordragen van erfgoed