Forum

De mogelijkheid om je vragen te stellen of je ervaringen te delen met andere leden.
  1. Redactie VGME
  2. Algemeen
  3. vrijdag 02 maart 2018
  4.  Abonneer via e-mail
Voor het erfgoed geldt bij sloop of versterken een criterium van 150%. De vraag is in hoeverre dit criterium, of welke dan ook, rechtsgeldig is.

De overheid stelt dat gebouwen in het aardbevingsgebied, vanwege het grote risico van de gaswinning, aan bepaalde extra bouwnormen moet voldoen (overigens is dit voor het erfgoed niet altijd van toepassing). Met terugwerkend kracht: m.a.w. oude gebouwen moeten hier ook aan voldoen. Onder normale omstandigheden (bijvoorbeeld in het verkeer) kunnen ook hogere eisen qua veiligheid gesteld worden en zijn de kosten voor rekening van de eigenaar.
In dit geval zijn de hogere veiligheidsnormen een gevolg van de gaswinning. De partijen die hiervoor verantwoordelijk zijn (overheid/ebn enerzijds, nam/shell anderzijds) zullen nu voor de kosten moeten opdraaien. De veroorzaker betaalt.
De overheid heeft een driedubbele pet op: (mede)verantwoordelijk voor de gevolgen gaswinning, verantwoordelijk voor stellen veiligheidseisen en verantwoordelijk (?) voor bepalen norm voor sloop of versterken. Dit laatste is hoogst twijfelachtig en de vraag is of dit juridisch juist is.
Indien dit juridisch niet juist is, is m.i. de eigenaar degene die bepaalt of er gesloopt of versterkt gaat worden. De kosten zijn dan ondergeschikt.
Reageer
Er is nog geen reactie geplaatst.
Reacties (2)
Geaccepteerde reactie Pending Moderation
De 150% norm geldt in ieder geval niet voor (woonhuis) Rijksmonumenten. Daarvoor geldt: versterking, koste wat het kost.
  1. 3 weken geleden
  2. Algemeen
  3. # 1
Geaccepteerde reactie Pending Moderation
Het is altijd de eigenaar die besluit of er wel of niet gesloopt gaat worden. Boven de genoemde 150%-norm wordt sloop/nieuwbouw als alternatief voor versterking besproken, maar de eigenaar heeft hierin altijd het laatste woord. De NAM kan niet eigenhandig besluiten een huis te slopen dat in eigendom van een gedupeerde is als die gedupeerde hier niet mee instemt.

De versterkingsopgave is gebaseerd op art. 33 Mijnbouwwet. Hierin staat dat de vergunninghouder (in casu de NAM) alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem gevraagd kunnen worden om o.a. schade door bodembeweging te voorkomen. Men heeft schijnbaar bedacht dat het boven 150 procent van de herbouwkosten niet meer redelijkerwijs van NAM verwacht kan worden dat zij per definitie voor versterken kiest. De vraag is hoe dit zich verhoudt met het algemene beginsel van redelijkheid zoals dat is neergelegd in art. 6:248 BW, want ook de burger moet een oplossing geboden krijgen die voor hem redelijk en billijk is. De twee eisen van redelijkheid raken in een dergelijk geval met elkaar in conflict en het zal per geval verschillen wat de uitkomst van dit conflict is. Ik ga er van uit dat de 150%-norm, zeker bij erfgoed, lang niet altijd houdbaar zal blijken.
  1. meer dan een maand geleden
  2. Algemeen
  3. # 2
  • Pagina :
  • 1


Er zijn nog geen reacties op dit bericht.
U mag echter niet reageren op dit bericht.